18
Kittenverlof
‘Oh kijk! Hij plast! En nu loopt hij over de vensterbank! Ach, wat lief, hij krabt achter zijn oor! Zou hij blij zijn? Ik vind hem zó schattig!’ Sinds vier dagen heb ik een kitten van 3 maanden in huis en sindsdien kan ik níets anders meer uitkramen dan bovenstaande kreten.
Elke beweging die het snoezige spookje, genaamd Joep, maakt, registreer ik nauwgezet, en als het even kan maak ik er méteen een foto (of twintig) van. Met mijn iPhone. Zodat ik meteen mijn dierbaren kan emailen en whatsappen met de reeks afbeeldingen, die weinig van elkaar variëren: Joep slaapt, Joep geeuwt, Joep rekt zich uit, Joep speelt, Joep ligt in de zon te tukken, de poses zijn eindeloos. ‘Lief, hè?’ bedel ik dan. ‘Jaaahaaa, heel LIEF! En nu kappen!’, krijg ik, na dik tweehonderdvijftig verstuurde foto’s, inmiddels steevast terug.
Ik zou er bijna kittenverlof voor vragen aan mijn baas. Want wát een werk: losse snoeren in huis mogen niet losbungelen en de krabpaal moet zo vlug mogelijk opgedrongen worden aan het snoeiende monstertje, zodat de bank niet binnen de kortste keren aan flarden ligt. Ze knabbelen overal aan, dus het is waken geblazen voor rondslingerend eten. Verder moet je ze uiteraard steevast brokjes en water toedienen, hun keutels en samengeklonterde plasjes uit de kattenbak scheppen en opletten dat ze niet achter het gasfornuis of de koelkast kruipen (al gebeurd), cd-hoesjes uit de kast jatten om ermee te spelen (ook gebeurd), de slaapkamer binnenschieten om zich in je kledingkast te verstoppen (nog niet gebeurd, maar Joepie’s aanloop wordt steeds sneller en mijn reflexen steeds langzamer) en stiekem de grote boze buitenwereld induiken als je de voordeur opendoet.
Gelukkig proberen we zó lang met hem te spelen, dat hij erna uitgeput en voldaan neerstrijkt op de bank om daar languit, spinnend en klittend met zijn klauwtjes in slaap te dommelen. De ‘muis aan hengel’ is een daverend succes om achterna te jagen, en ook de laser scoort punten. Hoewel dat laatste ook zielig is: hij vangt de rode laserpunt uiteraard nooit en als het stipje verdwijnt onder de bank, zie je er minutenlang een draaiende kittenkont met kwispelstaart onderuit steken: waar issie nou? Overigens fungeert zijn eigen staart ook als ideaal jaagmateriaal: als een ware slapstick-ster draait hij rondjes om z’n as, grijpend naar zijn eigen achterste.
Voor mijzelf blijkt het hebben van een kitten dé ultieme les in loslaten. Als een neurotische moeder met dwangstoornis, check ik constant waar Joep uithangt, of hij niet op randje van de dood balanceert, wel genoeg brokjes eet en water drinkt, regelmatig stevige keutels uitperst en volgens plan urineert. Ik houd al zóveel van hem, dan hij wat mij betreft de hele toko mag slopen. Maar ik vrees dat ik het later, als hij een kilootje of zeven weegt, iets minder schattig vind. Dan hangt er plots een volwassen macho kater in de gordijnen, in plaats van een onhandige, vederlichte kitten. Toch maar even wat orde op zaken gaan stellen voordat hij de boel runt én sloopt…
Alhoewel, je weet wat ze zeggen: een hond heeft een baas, een kat personeel. Er staat me nog heel wat te wachten, geloof ik.


