17
Haastige spoed...
Triiiiiiiiiiiiiiing! Snooze. Even omdraaien nog…. Wat droomde ik ook alweer? Oh ja, ik zat op een knalroze eenhoorn, samen met Mark Tuitert, en we galoppeerden over suikerspinwolken. Triiiiiiiiiiing! Snooze. Waarom heeft Mark zijn schaatsen nog aan? En zijn nauwsluitende schaatspak? Niet dat ik dat erg vind, hihi, dan kun je namelijk álles zie…. Triiiiiiiiiiiing! Snooze.
Wel jammer dat ik voorop zit, en hij achterop. Dan kan ik niet tegen hem aankrui…. Triiiiiiiiing! Hm, hoe laat is het eigenlijk? WAT?! Half acht?! Ik moet precies om 08:05 uur weg! Nou ja, 08:08 uur kan óók , maar dan moet ik op het station heel hard rennen, wat ik háááát. Iedereen loopt in de weg, met hun stinkende ochtendsmoelen. Godallemachtig, waarom lijk ik toch altijd op een opgegraven lijk met rechtopstaand haar als ik uit bed kom? Hoe doen andere mensen dat? Eerst maar koffie zetten, dat kan nét.
Koffiefilter, schep koffie, plons water. Toch maar ‘ns uitzoeken wat de exacte verhoudingen zijn. Slaat natuurlijk nergens op dat ik dit dagelijks doe en nog steeds te sterke óf te slappe koffie zet. Oh shit, het is al 07:34 uur, snel de douche in. Potverdomme, die verrotte kutkraan! Heet, koud, heet, koud; sta ik hier een woeste dans te doen in mijn blootje. Vandaag bel ik de loodgieter. Dat zeg ik al vier maanden, maar vandaag doe ik het écht. Zal ik mijn haar wassen? Túúrlijk, Olga, daar heb je zeeën van tijd voor... NOT! Hup, de douche uit. Wat zal ik aandoen vandaag? Mijn zwarte trui, makkelijk. Het zal ook niet; die zit in de was. Even ruiken onder m’n armen. Mwah, niks mis mee. Aandoen. Spiegelcheck. Wat zit daar nou? Oh ja, fuck! Een ingewreven klodder spaghettisaus, precies in het midden! ‘Tomatensausvlekken zijn de érgste vlekken’, zegt mijn moeder altijd op rellerige toon, met opgeheven wijsvinger. Hoe laat is het eigenlijk? 07:43 uur?! Sta ik hier in mijn onderbroek! Nou, dan maar die blauwe trui die zo kriebelt.
Bij de kampioenschappen ‘acrobatisch boterhamsmeren terwijl je met je ene hand make up aanbrengt, met de andere hand melk voor de koffie opklopt en ondertussen het ochtendnieuws kijkt voor het weer en het naderende einde van de wereld’, zou ik met afstand eerste worden. 07:57 uur. Heb ik deodorant opgedaan? Waar ligt die spuitbus? Hoe krijg ik het toch altijd voor elkaar om juist dát kwijt te raken wat ik nodig heb?! Laat maar, ik koop het onderweg wel. Wat heb ik nodig vandaag? Agenda, notitieblok, pen, thermoskan, fles water, boterhammen, purol, rouge, telefoon…. Wat?! Die batterij is nog eerder leeg dan een fles wijn, verdomme! Oplader, handschoenen… nou, dat was het wel. 08:04 uur. Snel mijn laarzen aan, jas van de kapstok. Waar zijn mijn sleutels nou?!
Gevonden. 08:10 uur. Sjezus, ik ben veel te heet gekleed. En ik heb jeuk door mijn trui. Zweet me kapot op de fiets! Ja hoor, een slome trut voor me. Schiet ‘ns op! Haal ik dat groene stoplicht nog? Vast wel. Bijna bij het station, 08:25 uur. Nog twaalf minuten en één lange weg te gaan. Mijn longen doen pijn. Kramp in mijn kuit. Volhouden. Doorzetten. Je haalt het. Op de rem. Lantaarnpaal, fiets er tegenaan, twee sloten erom. Rénnen. Een bijna-frontale botsing. Een slalommove langs twee bejaarden (wat doen die in het spitsuur?!). Perron 12 in zicht. 08:35 uur, over twee minuten gaat de trein. Yes, ik haal het nog! Snel mijn ov-chipkaart pakken. Huh? Waar is mijn portemonnee nou? Die ben ik toch niet vergeten, hè?! Graai, graai, hussel, hussel. Ik ben ‘m vergeten.
Ik geloof dat ik nu heel hard ga krijsen.


