'Hier word ik een beetje bang van'

Met een beetje pech krijgen we na de verkiezingen een kabinet dat gaat snoeien in de studiefinanciering. Maar wat zijn daar de consequenties van? Een paar voorbeelden uit de praktijk van vandaag.
Zóóóó gewoon
Praktijkvoorbeeld Pim
Studieschulden lopen voor veel studenten hoger op dan je misschien denkt. Geld lenen is niet uitzonderlijk. De helft van de studenten leent ooit tijdens de studie. En switchen van studie overkomt ook bijna de helft van de studentenpopulatie, wat betekent dat ze een paar jaar helemaal geen beurs krijgen.
Neem Pim. Ze is tweedejaars en leent 150 euro per maand. Na dit studiejaar switcht ze naar de universiteit om daar te gaan studeren. Ze schat in dat die studie een jaar of vijf zal duren.
Heeft ze al uitgerekend met wat voor studieschuld ze straks zit? ‘Eigenlijk niet zo. Ik vind trouwens wel dat ik nu ook leuke dingen moet kunnen doen, ook al moet ik straks dus drie jaar geld lenen. Goed onderwijs mag wel wat kosten, vind ik.’
Rekensom
Dat is te hopen voor Pim, want als we voor haar een rekensommetje maken dan komen we op het volgende uit:
Ze leent vier jaar 150 euro per maand = 7200euro
Na twee jaar uni heeft ze strak geen recht meer op studiefinanciering. Dan leent ze nog drie jaar 150 plus de basisbeurs 266, samen 14976 euro. Totale studieschuld van 22176 euro. Daar komt ook nog rente bij, die vanaf de eerste maand wordt berekend. Op dit moment is de rente 2.39 procent. Voor Pim zal dat uitkomen op ongeveer duizend euro.
Prestatiebeurs
Er maar van uitgaande dat ze inderdaad een diploma gaat halen, want de vier jaar basisbeurs die ze krijgt 48 keer 266 = 12768 euro en de ov-kaart over 4 jaar is 4129 euro zijn een prestatiebeurs, die ze niet terug hoeft te betalen als ze een diploma haalt.
Ze schrikt van het bedrag van 22176 euro. ‘Ik word hier een beetje bang van’, zegt ze, om dan meteen te zeggen: ‘Maar ik denk wel dat ik later een goedbetaalde baan zal hebben.’
En dat dit erbij
Pim is een heel gewone student, in die zin dat switchen van studie dus bijna de helft van de studenten een keer zal overkomen. Ook geld lenen is niet uitzonderlijk. De helft van de studenten leent ooit tijdens de studie. Als in het geval van Pim de basisbeurs zou verdwijnen, dan zou Pim er opeens vier jaar lang 266 euro per maand bij moeten lenen. Dan komt er dus nog een slordige 13 duizend euro bij. Heeft die gewone Pim opeens een schuld van 36 duizend euro.
Stel dat ze een partner heeft met dezelfde schuld, dan hebben ze samen een leuke maandlast, precies voor de jaren dat ze hun leven, hun carrière en eventueel een gezin aan het opbouwen zijn.

‘Zo sleept deze crisis zichzelf voort’
Je denkt tijdens je studie niet zo na over de schulden die je opbouwt, maar op het moment dat je diploma ergens ligt te vergelen, dan is de realiteit soms hard.
Zoals voor ‘Kiki’, die 28 is en een aantal jaren geleden een hbo-opleiding afrondde. Ze zit met een studieschuld van 19 duizend euro. ‘Na twee jaar kreeg ik een brief. Op basis van gegevens van de belastingdienst bepaalden ze dat ik 145 euro per maand kan aflossen.’ Kiki heeft een baan op de HAN, ze werkt 0,7 FTE en verdient 1265 euro per maand. ‘Dat afbetalen, ik red het wel, maar ik vind het niet fijn. Als je elke maand houdt aan dat vastgestelde bedrag, dan ben je er na vijftien jaar vanaf, ook al zou er een restbedrag over zijn.’ Kiki woont nog op een studentenkamer. ‘Een huis kopen dat zou me in deze situatie niet lukken. Ik sta elke maand rood. Voor je het weet zak je af. Ik zou ook wel een master willen gaan doen, maar ik zou niet weten van welk geld.’
Wat vind ze van het idee van het sociale leenstelsel? ‘Dat vind ik heel ontmoedigend. Zo sleept deze crisis zichzelf voort. De basisbeurs zou moeten blijven, anders gaan mensen geen studie meer doen.’


